
|
Het station dat toen
nog geen televisie maakte en dus alleen nog Radio
Noord heette, heeft Ede Staal in het laatste deel
van zijn veel te korte leven en mij samengebracht.
De relatie kreeg extra inhoud toen de Provincie
Groningen maakte dat ik begin 1984 streektaalfunctionaris
kon worden. Over die periode heb ik een impressie
geschreven als inleiding op de uitgave Deur
de dook zai ik de moan (In Boekvorm Uitgevers
BV Assen, 2004).
Edes liedjes kent iedereen, in Groningen en aangrenzende
gebieden. Veel mensen weten ook dat hij wel eens
gesproken radiobijdragen maakte maar dit stukje
is nog steeds een wat onontgonnen terrein van
Ede Staal. Het zijn gevarieerde maar prachtige
teksten waarvan ik altijd weer geniet als ik ze
hoor.
Die Zuzooi-bijdragen die Ede schreef voor
wat ik maar mijn programma noem – Sloaperstil
(1985-1987) – vormen een belangrijk onderdeel
uit ons gezamenlijke optrekken in de jaren 1985
en 1986, zijn overlijdensjaar.
In die inleiding van Deur de dook zai ik de
moan staat over één aflevering uit deze serie
het volgende: “Wie de aflevering Bitte, der
Hund beluistert, weet normaliter niet dat
Ede in de week voorafgaand aan het schrijven van
deze tekst door een motoragent tot stoppen was
gedwongen en van de weg werd gehaald toen de administratie
niet geheel klopte. Lopend begaf hij zich daarop
van de W.A. Scholtenstraat naar het Damsterdiep
om met de bus naar huis te gaan.”
Deze gebeurtenis is door Ede op een indirecte
manier gebruikt in deze Zuzooi-aflevering, maar
alleen insiders kunnen de achtergrond kennen.
Ik was in het begin van 1986 getuige van de aanhouding,
want Ede en ik hadden juist daarvoor in de studio
op het Martinikerkhof overleg gehad of opnamen
gemaakt,- ik weet het niet meer. Een paar even
toevallige omstandigheden zorgden ervoor dat ik
bijna twintig jaar later (oktober 2005) kennis
maakte met de toenmalige verbalisant, inmiddels
allang niet meer op de motor actief.
Het verrassende verloop van deze geschiedenis
is heel simpel. De achtergrond van het verhaal
van de W.A. Scholtenstraat vertel ik weleens als
het nummer op college langs komt en dat gebeurt,
want het staat opgenomen in het lesboek, Kennismaking
met het Gronings. Meestal vraag ik dan of
iemand de agent in kwestie kent. Gelukkig heeft
hij een weinig voorkomende naam, anders had het
niet zoveel zin om daar naar te informeren. Enkele
jaren kwam er geen reactie, maar plotseling bleek
een van de studenten me aan de naam en het adres
van de man te kunnen helpen.
Toen het contact met de agent gelegd werd, bleek
deze totaal onwetend te zijn van wat de uitoefening
van zijn functie had veroorzaakt. Gelukkig had
hij er met terugwerkende kracht geen gewetenswroeging
over. Edes vrouw Fieke kan ik langs deze weg geruststellen.
Toen ze er van hoorde, drong ze erop aan de agent
vooral niet op te zadelen met een laat Ede-Staalcomplex.
Dat is niet gebeurd. Op 16 november 2005 heeft
hij het vernieuwde deel van deze website - handelend
over Ede Staal - in gebruik gesteld.
Siemon Reker
|

|